Na vijf weken Portugal (deel 3)

Om wat extra surftijd te hebben in Peniche besloot ik de laatste avondbus te nemen die me naar Lissabon zou brengen. Met mijn nog natte haren stapte ik in de bus en wilde ik me voorbereiden op een lekkere anderhalf uur slapen. Maar mijn hoofd dacht daar anders over. Ik weet niet waar het aan lag, misschien het zeewater, of het zien van golven uren lang achter elkaar, maar ik werd draaierig en misselijk tegelijk. Ik probeerde me op een punt te richten op de weg, daar werd ik misselijk van. Ik probeerde mijn ogen dicht te doen, maar daar werd ik nog misselijker van. Het waren de ergste anderhalf uur van die reis en het zweet stond op mijn voorhoofd, bij de gedachte dat ik misschien wel mijn voorganger zou trakteren op mijn avondeten. De weg zag er ook niet echt uit alsof er een plekje was waar wij rustig konden stoppen. Na heel veel slikken en denken aan de smaak van appels (vraag me niet waarom), bereikte ik Lissabon zonder een blamage.

Lissabon, de hoofdstad van Portugal. Tijdens mijn reis werd ik door verschillende reizigers gewaarschuwd over deze stad. Het is zo kolossaal en druk en de laatste jaren zijn zakkenrollers zwaar actief. In de metro, tram, op straat, in het winkelcentrum. Je kunt ze met het blote oog zien. Dat is ook het leuke van reizigers onderling die je tegenkomt.Iedereen verteld over waar hij of zij is geweest en raad plekjes aan waar je echt heen moet gaan. Zo kreeg ik van meerdere mensen te horen dat ik als ik in Lissabon was, de trein moest pakken naar het stadje Sintra. En dan het ´Castelo de Pena´ moest bezoeken (het kasteel van Pena). Die ik op mijn beurt, toen ik na de bezichting op vleugels terugkwam in het hostel, ook weer 10 keer aangeraden.

Na het inchekken en het onderste bed te hebben geind op de kamer, ging ik naar het waarschijnlijk bekendste en goedkoopste restaurant in de wereld. ´Het restaurant de twee gouden bogen´. Na mijn hamburger, met frietjes en milkshake, zag ik dat ik vlak naast het ´Pastel de nata´ fabriekje zat. Zo´n twee jaar geleden ben ik met mijn familie een dagje naar Lissabon geweest en zijn we naar het bekende ´Pastel de nata´ huis gegaan. Hier worden de echte traditionele pastel de nata´s gemaakt, een delicatesse in Portugal. Dit is een soort soort soesje met bakkersroom aan de binnenkant en een knapperige buitenkant van bladerdeeg. In heel Portugal zijn deze te verkrijgen, maar in de fabriek (waar mijn hostel bijna naast zat) worden de lekkerste gemaakt.

Suzi, een Hongaarse meid, ging met me mee op ontdekkingstocht door de stad. Mijn schaarse voorbereiding voor de bezichtigingen hier hoefde ik niet alsnog up te daten, want Suzi wist precies wat ze wilde zien en waar dat was. Ik sloot me hier graag bij aan.
In de vroege ochtendzon vertrokken we door de stad en kwamen bij het monument van ´Vasco de Gama´. Dit was de eerste ontdekkingsreiziger die vanaf dit punt in Lissabon de zee in trok, om de expeditie naar India te beginnen, dat met Vasco als leider ontdekt werd.

Onder het geluid van het klikken van mijn fototoestel, hoorde ik nog een ander hoog gepiep. Om me heen kijkend of er ergens een vogeltje te zien was, zag ik dat het geluid niet kwam van een dier dat in nood zat. Het was Suzi die haar verslaving aan het voeden was, om alles wat glimt en klein is vast te pakken. We stonden midden op een klein strandje dat vol lag met kleine glinsterende schelpjes. We bleven daar nog een uurtje rondhangen en na 10 keer: ´Sorry, but I have to have this. I really have to have this´, te hebben gehoord deed ik maar mee aan haar verslaving. Uiteindelijk was ik ook de trotse bezitter van een zak vol kleine roze, witte glinsterende schelpjes. Komt vast wel een keer van pas, ofzo.

Na het Jerónimos Monastery, het Benfica stadion, het huis van de president en het Pastel de Nata huis te hebben bezocht, gingen we verder de stad in. We liepen van Cais do Sodre, naar Praca de Comercio, naar Praca de Figuera en het Alfama district, omgeven door winkels en hongerige, op zoek naar kastvullende tastbaarhedende consumenten. Uiteindelijk kwamen we terecht in het ´Musea de Moda´ oftewel het ´Fashion museum´. Waar we vreemd genoeg geen entree voor hoefden te betalen. Met een grote lach op onze gezichten liepen we naar binnen om diezelfde lach ook weer naar buiten te dragen.

Terug in het hostel, was de kamer gevuld met nieuwe mensen. Een kamer gevuld met de geur van verschillende nationaliteiten. Verschillende manieren van denken, van opvoeding, van eetgewoonten en manier van spreken. Een brei van verschillen, die na een eerste ontmoeting toch niet zo ver uit elkaar blijken te liggen. Ook de mensen aan de andere kant van de wereld hebben dezelfde geloven, overtuigingen, problemen, die ze alleen in een andere taal weten te formuleren. Die groep van verschillende nationaliteiten zou zich later samenvoegen in het uitgaansdistrict Bairro Alto. De plek die vroeger vermeden moest worden, wilde je uit de problemen blijven. Het werd gezien als de trekpleister voor belangrijke figuren die een clubpas op de onderwereld hadden en zich konden verschuilen in de kleine, nauwe straatjes. Vandaag de dag is het een hol waar toeristen en Portugezen tot diep in de nacht nog dieper in het glaasje kijken. En pistolen, mochten die er al zijn, echt in de broekzak blijven.

Samen met David, de Hawaiaan, besloot ik naar het ´Castelo de Pena´ te gaan. Zoals mijn hele trip lang ben ik nooit alleen op stap gegaan, maar zeker dit uitstapje werd aangeraden om niet alleen te doen. Vanwege natuurlijk de foto´s die je anders niet kan maken met jezelf erop, maar ook zeker omdat het veel leuker is om samen ´óooohhhh´ en ´aaaaaahhh´ te roepen, dan alleen. Over mijn conditie viel eerst niets te klagen, maar bij het aanzien van die van David werd ik toch wel een beetje bang. Er waren zoveel heuvels en bergen die we op moesten klimmen (de bussen waren voor mietjes) dat ik hoopte aan het eind van de dag niet op mijn tandvlees achter hem aan te lopen. Om bij het ´Castelo de Pena´ aan te komen, moest je eerst een gigantisch grote berg op lopen. Die berg was omringd door, laat ik zeggen, een jungle zonder wilde dieren. Het ´Castelo de Pena´ was namelijk vroeger het kasteel van de koningklijke familie.

In 1838 raakte koning Fernando II betoverd door de ruïnes op de bergtop van de Serra de Sintra en hij kocht de ruïnes en omliggende grond op. Twee jaar later besloot hij dat er een paleis gebouwd moest worden, waar de Koninklijke familie in de zomer zich zou kunnen terugtrekken. En zo vertoefden ze zomers lang op dit heerlijke stukje grond. Met om het kasteel kilometers aan hectare grond, die begroeid waren met de mooiste planten en stukjes natuur die je je kunt voorstellen.

We hebben zo´n 10 uur lang in dat oerwoud rondgehuppeld en zijn zo´n 20 keer verdwaald geraakt. Een kleine geruststelling dat ik niet de enige slechte kaartlezer ben. Of het kwam misschien door de nevel op de kaart, want geloof het of niet, wij waren regelrecht naar de wolken gelopen. Het kasteel lag zo hoog dat het zich midden in de wolken bevondt. Een fantastisch uitzicht. Als je schuin naar beneden keek dan, want keek je omhoog en recht vooruit zag je alleen maar wittigheid. Ook heel mooi trouwens, zoiets zie je ook niet iedere dag.

Na 100 foto´s te hebben gemaakt, waarvan 50 er precies op elkaar lijken, groen groen groen en nog meer groen, waren wij de laatste die het park verlieten. Na weer een keer verdwaald te zijn, liepen we nu toch echt naar de goede uitgang, maar die bleek al gesloten te zijn. Teruggekeerd naar het begin (een kleine drie kwartier teruglopen) vonden we de uitgang. Het was gedaan voor vandaag. Teveel gezien om nog iets nieuws in me op te nemen en mijn hart voelde ik kloppen in mijn benen. Er was alleen nog ruimte over in onze magen voor een gigantisch menu bij de plaatselijke snackbar.

Mijn tijd daar ging zo voorbij en voor ik het wist was het de laatste dag van mijn reis. Na nog een nacht te hebben doorgebracht in Bairro Alto kon ik exact twee uur slapen voor ik mijn bus naar huis moest halen. Wederom zat ik weer misselijk in de bus, maar dit keer was de oorzaak iets duidelijker.

Mijn thuiskomst werd meteen ontstemd met het aanzien van Nederland die verloor van de Denen. Maar er was nog hoop (toen nog wel) op een plekje in de finale en mijn reis was veel te uitputtend, mooi, spannend en geweldig geweest om me er druk over te maken. Mijn rugzak met herinneringen is flink aangevuld en ik kan niet wachten die over een tijdje open te maken en te genieten van alles wat ik daar in tegenkom.

Voor mijn ogen helemaal dichtvielen kreeg ik nog een berichtje. Het was Suzi die door het dolle was omdat haar schelpjes door de douane heen gekomen waren. Fijn. Wetende dat mijn schelpjes straks ook veilig zijn, kon ik helemaal goed slapen.

Beijnhos, Felicia.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s