De ongelukkige

35kruiswoordpuzzel

Een man. Met een kruiswoordpuzzel onder zijn neus kijkt me aan. Ik kijk terug. Na zijn ‘goedenavond’ bekijk ik eerst goed of ik hem ken. Ik zeg hallo en ga ook zitten. Ik ken de man niet. Hij kijkt me weer aan en glimlacht. Typisch. Een typisch gezicht, dat ik zou verwachten bij de groente- en fruitafdeling van een supermarkt. Of een groothandel. Mijn mondhoeken trekken zich iets omhoog, maar lijken halverwege op een bejaarde met slappe spieren. Ik laat ze weer vallen en duik in mijn boek. Hij pakt zijn pen en duikt in de zijne. De trein vertrekt.

Het geluid van een ringtoon haalt me uit mijn boek. Het is niet de mijne, want dat akelige geluid zou ik al lang veranderd hebben. De pen wordt weggelegd en glimlachend pakt de man zijn mobiel. Een goedendag. Die wordt gevolgd door een hallo, daarna weer een goedendag en dan nog eens de combinatie van die twee aan elkaar geplakt. Mijn lezen wordt luisteren en zijn vinger houdt zijn linkeroor dicht. Er volgen een aantal hm’tjes en ja’tjes, met daartussen nog een aantal geprobeerde onderbrekingen van zijn kant, tevergeefs. Zijn glimlach blijft en op het moment dat ik bijna mijn aandacht terug pak, begint er een monoloog.

‘Ik moet u vertellen, het klinkt heel erg aantrekkelijk wat u zegt. En ik zet mij al jaren in voor fondsen en pleeg vaak gulle gevingen. Maar helaas lukt dit niet meer. Ik heb vandaag te horen gekregen dat ik mijn baan verloren ben. Vandaar dat het voor mij komende maand moeilijk wordt om het gul zijn door te zetten, begrijpt u. Normaal gespro’. De man wordt ruw onderbroken en weer volgen er een aantal hm’s en ja’tjes. ‘Ik begrijp het. Alleen doordat ik mijn baan verloren ben, zit ik deze maand wat krapper bij kas. Ik moet het geld nu even in de portemonnee houden voor onverwachte uitgaven. Ja, inderdaad. Dat van u is ook een onverwachte uitgave, maar ik bedoel het anders. Als mijn band lek gaat ofzo. Ik houd van fietsen ziet u. Als ik weer een baan krijg, dan krijgt uw instelling de eerste onverwachte uitgave die ik kan maken. Al is het dan niet onverw, onv, ha. Wat zegt u?’ De man staart. Met een open mond en starre blik, boren zijn ogen een gat in de grond. Eventjes denk ik dat het teveel is. Waarom gaat dat mens dan ook door? Hij heeft al zo’n rotdag. Hij is volwassen en gaat zo breken. En dan moet ik wel iets doen! Hoe troost je een volwassen man? Heeft mevrouw naast me daar ervaring mee? Misschien huilt haar man wel eens. En dan beweging. Zijn handen beginnen ijverig te schrijven en hij herhaalt een nummer. Er komen twee dikke strepen onder te staan. Een naam krijgt hij niet. Het staren wordt een glimlach en hij schraapt zijn keel. Deel twee van de monoloog wordt aangekondigd met een ‘nee, dat was geen leuk nieuws vandaag’, maar nog voor hij de ‘dag meneer’ kan beantwoorden is de lijn dood. Hij staart naar het scherm alsof het een verklaring zou geven. Druk zwaaiend probeert hij de lijn nog te reanimeren, maar na zijn ‘dag, goedendag’ en de bekende combinatie, moet hij het wel opgeven. Ze is er niet meer.

Terwijl er gezwegen wordt kruisen onze blikken elkaar weer. Zijn ogen tonen vertrouwelijkheid, wat al snel plaats maakt voor een schaamtelijke blik. Ik was getuige. Van zijn miserie. En van zijn afwijzing. En dat op een dag. Ik ken niets dan miserie van de beste man. En hij zal ook de kans niet krijgen om dat te verbeteren, nu station Utrecht nadert. Ik besluit te glimlachen, hopend dat het verzachtend werkt. Door een heugelijke ingeving kijkt hij op. ‘Mevrouw. Weet u misschien een ander woord voor hevig verlangen van zeven letters?’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s